11 jan.-Gisteren werd de expositie Het verhaal van de Vluchteling geopend in de (h)Artgalerij van het Brinkhuis. De opening werd verricht door Fadil Aksu – een vluchteling uit Turkije. Hij hield een hele bijzondere speech (in het Nederlands!) die we u niet willen onthouden.
Alle fotos en speeches op https://hartvanlaren.nl/opening-expositie-het-verhaal-van…
Ik ben Fadıl Aksu. Vandaag wil ik drie hoofdstukken uit mijn leven met jullie delen
1. Gelukkige Tijden
2. Donkere Dagen
3. en Nieuwe Geboorte
1. Gelukkige Tijden
Ik kom uit Zuidoost Turkije, een kind dat is opgegroeid in de schaduw van oorlog. In de jaren tachtig moesten we door het conflict tussen de PKK en de Turkse staat ons dorp verlaten. We verhuisden naar het westen.
Mijn vader was ambtenaar. Zijn droom was om zijn kinderen goed op te voeder en hen te laten studeren. En dat is hem gelukt. Van de zes kinderen werd er één arts, twee ingenieur, en één leraar. Ik ging werken als technisch regisseur bij de Turkse publieke omroep, TRT. We groeiden op met weinig middelen, maar met veel wilskracht. We waren arm, maar hoopvol. We geloofden dat onderwijs de sleutel was tot een betere toekomst. We gaven beurzen aan slimme, arme studenten. Sommigen hielpen we zelfs naar het buitenland. Want we geloofden: zij waren de toekomst van ons land.
In 2014 verbleef ik zeven maanden in Engeland voor een taalcursus. Ik kreeg werkaanbiedingen, maar keerde terug. Omdat ik wilde werken voor mijn land. Ik was idealistisch. Ik wilde bijdragen aan een beter Turkije
2. Donkere Dagen
Maar geluk is geen sprookje. Het blijft niet voor altijd. In 2016 vond er een vreemde coup plaats in Turkije. Er werd een noodtoestand uitgeroepen. De regering begon te regeren met decreten. Duizenden scholen universiteiten en ziekenhuizen werden gesloten. Tienduizenden leraren, artsen rechters, soldaten – werden ontslagen.
Er begon een heksenjacht. Rechtszaken zonder bewijs. Mensen werden gearresteerd, gemarteld. Wij waren onschuldig. Ik had zelfs geen parkeerboete Maar het rechtssysteem werkte niet meer.
Ook ik werd gezocht. Ik besloot me niet aan te geven toen ik hoorde wat er in de gevangenissen gebeurde. Ik was verloofd. Ik zei tegen mijn partner dat we beter uit elkaar konden gaan. lk wilde haar beschermen. Maar zij omhelsde me en zei: “We komen hier samen doorheen.”
We gingen samen wonen, we trouwden – maar niet officieel. Want zelfs een huwelijksakte kon haar in gevaar brengen
Ik leefde drie jaar ondergedoken. Mijn familie viel uiteen. Sommigen werden gearresteerd. Anderen vluchtten. Mijn vader werd voor zijn pensioen ontslagen. Hij kreeg geen zaak, maar ook nooit zijn baan of paspoort terug.
We stonden er alleen voor. Zelfs de studenten die we ooit hielpen, namen niet meer op.
De noodtoestand werd verlengd. De rechtsstaat was weg. We hadden geen andere keuze dan vluchten.
Mijn vrouw was zwanger. We wachtten tot na de geboorte. Daarna stak ik ’s nachts de rivier de Evros over naar Griekenland. Ik dacht alleen maar aan mijn gezin dat ik achterliet. Ik verbleef 10 maanden in Griekenland. Het was pandemie. Turkse dissidenten werden ontvoerd. Ik voelde me daar ook niet veilig. Maar ik gaf niet op. lk vond een online stage bij een Amerikaans bedrijf als UI/UX designer.
En op een dag… op de luchthaven van Athene… hielp een onbekende vrouw mij. Ze deed alsof ze mijn partner was, zodat ik kon boarden. We spraken geen woord Maar ze veranderde mijn leven. Ik kwam aan in Nederland.
In 2014 was ik hier als toerist geweest. Nu kwam ik terug als vluchteling. Toen zei ik: “Hier zou ik nooit kunnen leven – te grijs, te koud.” Maar nu voelde zelfs de grijze lucht warm
3. Een Nieuwe Geboorte
Ik kwam aan in Nederland, maar ik was niet gelukkig. Ik had mijn land, mijn carrière, mijn verleden verloren.
In Ter Apel kreeg ik een sleutel van een kamer. De medewerker zei: “Je hebt geluk.” Ik glimlachte pijnlijk: “Als ik geluk had, was ik nog in mijn land.”
Ze zei: “Maar jij hebt het gehaald. Zovelen zijn niet zover gekomen.’ Toen begreep ik: Ik moest niet naar het verleden, maar naar de toekomst kijken.
Toch voelde ik me alleen. In Turkije was ik niet welkom, in Griekenland niet veilig en nu was ik gewoon een vluchteling. Zelfs bekenden namen niet op.
Kerst 2020. We kregen kerstbrood en een kaartje: “We zijn jullie niet vergeten.” Voor het eerst voelde ik dat ik bestond. De grijze lucht voelde licht.
18 Maanden later kreeg ik mijn eigen huis. Vier maanden later kwamen mijn vrouw en zoon. Na drie jaar kon ik hem weer vasthouden. Hij noemde me geen papa. Maar dat gaf niet. We waren samen.
Ik sprak met de gemeente. Dankzij mijn Engels begon ik aan een IT-cursus. Ik solliciteerde bij ABN Amro. De recruiter zei: “Misschien waren er technisch betere kandidaten. Maar jouw verhaal raakte ons.”
Zeven maanden later had ik mijn leven opnieuw opgebouwd. Bij het Taal Café zag ik hoe vrijwilligers met liefde Nederlands gaven. Toen besefte ik: Niet de bossen of grachten maken Nederland mooi. Maar de mensen.
Ik ben een Koerdische moslim uit Turkije. In mijn donkerste dagen herinnerden mijn landgenoten of geloofsgenoten me niet. Maar een kerk gaf me kerstbrood,
vrijwilligers bij Taal Café hielpen me. Organisaties zoals Goede Buren waren er voor me. En wij zijn hen niet vergeten.
Tijdens de afgelopen Ramadan organiseerden we samen met Goede Buren Iftars in Eemnes en Laren schoven 90 mensen aan. We wilden onze tafel openen voor wie dat ook voor ons deed. Het was meer dan dankbaarheid: Het was een bijdrage aan de kunst van samenleven.
Natuurlijk maken we ook hier moeilijke dingen mee. Mijn vrouw draagt een hoofddoek. Soms wordt ze uitgescholden of vooroordelend aangekeken.
Maar we weten: Deze mensen vormen een kleine minderheid. Het merendeel is vriendelijk, zorgzaam en gastvrij.
En daarom…. verliezen we onze hoop nooit.
Ik ben Fadil Aksu. Een mediaprofessional uit Turkije. Een vader, een echtgenoot, een vluchteling. Maar boven alles: Een herboren mens.
Bedankt… dat u mij en mijn gezin…. een tweede kans hebt gegeven
Bron: Brinkhuis














