9 sept.- In Laren zijn de afgelopen week twee nieuwe Stolperstein-onthullingen geweest. Aan de Sint Janstraat 57 werd op 4 september een steen gelegd voor Joseph de Leeuw. Een week eerder, op 30 augustus, werden aan de Lingenskamp twee Stolpersteine onthuld voor Benjamin van Praag en zijn vrouw Celina (Lien) van Praag-Hollander. De stenen herinneren aan drie Joodse inwoners van Laren die tijdens de Tweede Wereldoorlog slachtoffer werden van de Jodenvervolging.
De onthulling aan de Sint Janstraat vond plaats in aanwezigheid van nabestaanden. Joseph de Leeuw woonde vanaf 1911 in Laren. Hij was directeur en eigenaar van Metz & Co, dat onder zijn leiding uitgroeide tot een toonaangevend bedrijf op het gebied van mode, interieur, design en toegepaste kunst. In Laren liet hij aan de Sint Janstraat een landhuis bouwen, dat de naam D’ Leewrik kreeg. De Leeuw en zijn vrouw Catharina hadden een brede belangstelling voor kunst en cultuur en onderhielden contacten met verschillende kunstenaars, politici en schrijvers uit Laren en Blaricum.
Na het overlijden van Catharina in 1930 hertrouwde De Leeuw in 1935 met de actrice en voordrachtskunstenaar Elisabeth Herzberg. Tijdens de oorlog veranderde hun situatie ingrijpend. In 1941 werd D’ Leewrik door de Duitsers gevorderd en moest het echtpaar verhuizen. Een jaar later kregen Joodse inwoners van Laren en Blaricum opdracht zich in Amsterdam te concentreren. De Leeuw en Herzberg vertrokken daarop naar Amsterdam.
In maart 1943 werden zij geïnterneerd in kamp Barneveld en later naar Westerbork gebracht. Herzberg wist in januari 1944 te ontsnappen en dook onder. De Leeuw bleef in Westerbork. In september 1944 werd hij gedeporteerd naar Theresienstadt. Daar overleed hij op 17 oktober 1944 op 71-jarige leeftijd aan een longontsteking.
(Tekst gaat verder na de afbeeldingen.)
Twee stenen aan de Lingenskamp
Ook aan de Lingenskamp werd een week eerder stilgestaan bij de geschiedenis van Joodse inwoners van Laren. Daar werden in aanwezigheid van burgemeester Robert van Rijn twee Stolpersteine onthuld voor Benjamin van Praag en Celina (Lien) van Praag-Hollander.
Het echtpaar verhuisde in juli 1940 vanuit Amsterdam naar Laren. Benjamin van Praag was jarenlang actief binnen de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond. Hij begon als briljantsnijder en vertegenwoordigde binnen de bond de belangen van de briljantsnijders. Later werd hij bezoldigd penningmeester en professioneel bestuurder. Ook was hij actief binnen de Amsterdamse Bestuurdersbond en verschillende commissies.
De verhuizing naar Laren betekende niet dat het echtpaar aan de vervolging ontkwam. In 1941 moesten Joodse inwoners zich bij de gemeente melden. In januari 1943 werden Benjamin en Lien gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Veel van hun spullen gaven zij bij buren aan de Lingenskamp in bewaring. Een deel daarvan werd na de oorlog teruggegeven aan de nabestaanden.
Op 20 juni 1943 werden Benjamin en Lien tijdens een grote razzia in Amsterdam-Zuid en Oost opgepakt. Vanaf het Transvaalplein werden zij naar Westerbork afgevoerd. Op 29 juni volgde hun transport naar Sobibor, waar zij enkele dagen later werden vermoord. Benjamin was 72 jaar. Hun zoon Bernard overleefde de oorlog.
Herinnering in de straat
Met de Stolpersteine krijgen de drie voormalige inwoners een blijvende plek in de openbare ruimte van Laren. De kleine stenen met messing plaatjes worden geplaatst voor woningen waar slachtoffers van het nationaalsocialisme hebben gewoond. Zo worden hun namen opnieuw zichtbaar op de plek waar zij ooit leefden.

