22 sept.- Over de expressionistische kunstschilder Herman Kruyder (1881-1935) die een aantal jaren van zijn leven in Blaricum en Laren woonde, deden nogal verhalen de ronde dat hij zwaar depressief al vrij jong (53) een einde aan zijn leven zou hebben gemaakt en het zelfs presteerde andermans werk in de kunstzaal van Hotel Hamdorff verwisselde met zijn eigen schilderijen die hij beter van kwaliteit vond dan de tentoongestelde schilderijen. Die verhalen worden door gastconservator Caroline Roodenburg- Schadd in de begeleidende monografie bij de nieuwe tentoonstelling ‘Herman Kruyder expressionist van de ziel’ in Singer Laren verrassend uit de wereld geholpen. Vanwege zijn mentale kwetsbaarheid, schrijft de kunsthistoricus is Kruyder vaak weggezet als mad genius, einzelgänger en kinderlijk talent. Op basis van nieuw kunsthistorisch onderzoek plaatst de samenstelster juist zijn artistieke ontwikkeling centraal. Kruyders ziektegeschiedenis wordt daarbij, waar nodig, wel benoemd en genuanceerd, zonder te vervallen in overinterpretaties of romantische beeldvorming. Kruyder, zo laat zij zien, is niet de geïsoleerde eenling waartoe hij lange tijd is gereduceerd, maar blijkt een actief en bewust deelnemer aan de moderne kunst in het begin van de twintigste eeuw, met een heel eigen poëtische beeldtaal vol contrasten. Harmonieuze kleuren staan naast dissonanten en het kinderlijk naïeve naast uitingen van angst of beklemming. Deze spanning geeft zijn kunst een grote zeggingskracht, aldus de kunsthistoricus op de achterflap van de kunstuitgave. Vanmiddag was er in Singer Laren een persconferentie met na afloop een eerste rondgang. Bol-an was uitgenodigd. Een eerste indruk.
Volgende week meer, de computer moet nu gerepareerd worden














