5 jan.-Een van de opvallendste Kerstkaarten die ik de afgelopen jaarwisseling mocht ontvangen en die mijn nieuwsgierigheid wekte, was een tekening per e-mail verstuurd door Noud Bijvoet, voormalig D66 gemeenteraadslid en met zijn vrouw Jetty initiator van het inmiddels 10 jaar bestaande Taalcafé.
Hun houten huis op de hoek Engweg-Sint Janstraat stond erop: ‘Laren in de winter. (1986, crayon ). De kunstenaar van dit ‘snowy tableau’ was Beint Mankes (1918 -1990), zoon van de vroeg overleden beroemde schilder Jan Mankes (1889-1920) en zijn vrouw Anne Zernike (1887-1972), de eerste vrouwelijke predikant in Nederland. Beint woonde destijds op dezelfde hoek, maar dan in het huis er tegenover en waarop de gevelsteen in ‘gouden letters’ ‘de molen’ staat geschreven. Beint tekende ons huis vanuit de eerste verdieping van zijn huis’, schreef Noud.
En heel verrassend ‘Mijn huis is ooit het atelier geweest van een vermaard Spaans kunstschilder.Toen wij het in 2002 kochten, spraken we de man van het kadaster. Hij gaf ons een kopie van de originele kadastertekening uit 1913. Daarop stond geschreven dat het het atelier betrof van Antonio Ortiz Echagüe ( 1883-1942). Het atelier is later omgebouwd naar woning. Toen het huis gemeentelijk monument werd, heb ik de vrouw die dat voor de gemeente regelde, informatie verschaft over de historie waaronder dat Echagüe trouwde met een Hilversumse bankiersdochter Elisabeth Smidt.’
Nog nieuwsgieriger zocht ik verder en vond al snel het verhaal hoe de Spanjaard, goed opgeleid, reislustig en bijzonder getalenteerd op de Academie van Rome bezoek kreeg van het Nederlands echtpaar Fritz en Nonnie Smidt om hun 11-jarig dochtertje (die hij in 1919 trouwde!) te portretteren. Fritz was een belangrijke bankier en zakenman met belangen in Argentinië. Hij had daar de Holland-La Plata Hypotheekbank opgericht. Zijn vrouw was hispaniste die klassieke Spaanse auteurs in het Nederlands vertaalde.
Echagüe behoorde tot de top van de Spaanse costumbristische schilderkunst, een genre dat het dagelijks leven, de gewoonten, klederdracht, lokale gebruiken en typische scènes uit het Spaanse volk weergeeft. Een mix van realisme en sentimentaliteit,voornamelijk romantisch en folkloristisch van aard. Hij verwierf grote internationale erkenning en onderscheidingen waaronder de gouden medaille op de Parijse Salon van 1923. Zijn werk hangt in toonaangevende musea in Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Musea op Sardinië, Italië, en Argentinië dragen zijn naam.
Het contact met de familie Smidt was beslissend in Antonio’s leven. De Smidtjes waren zo verrukt van het portret van het meisje – uitgevoerd in de vorm van een tondo (rond schilderij)– dat zij hem uitnodigden om naar Nederland te komen, waar hun kennissen zich graag door zo’n voortreffelijk portretschilder wilden laten vereeuwigen. In 1909 kreeg hij talrijke opdrachten en verspreidde zijn faam zich snel. Het werd werd zijn belangrijkste bron van inkomsten.
In Amsterdam kon hij het Rijksmuseum bezoeken en schilderijen van Rembrandt en Frans Hals grondig bestuderen.Hij beperkte zich niet alleen tot portretopdrachten, maar begon ook modellen te zoeken onder boeren en vissers van het Gooi. Volledig geïntegreerd in het Nederlandse milieu besloot Antonio zich te vestigen in Laren, dat was uitgegroeid tot een belangrijk artistiek centrum. In zijn atelier – in Nouds huis’- schilderde Antonio een elegant zelfportret,vergezeld door zijn hond.
Bol an mensen, The Roaring twenties. Echagüe lijkt klaar om te gaan dansen in Hotel Hamdorff. Bedankt Noud voor de kaart.
Leo Janssen

