24 jan.-Afgelopen dinsdag was ik in Singer Laren bij de perspresentatie van de nieuwe grote overzichtstentoonstelling ‘De werelden van Jan Toorop’.
Tien jaar geleden was er zo’n tentoonstelling in het Haagse Kunstmuseum waarbij veel van deze beroemde schilder werd getoond, maar ook heel veel niet.
‘En dat proberen we hier, er nu aan toe te voegen’, legde de nieuwe museumdirecteur Doede Hardeman opvolger van Jan Rudolph de Lorm, uit aan het begin van de bijeenkomst.
Ruim tachtig topstukken presenteert Singer Laren van deze ‘schilder van kleur’ waaronder schilderijen, werken op papier, beelden, brieven, en verrassende combinaties met tijdgenoten en navolgers. Dat alles samengesteld door senior conservator Suzanne Veldink.
Ook zij is nieuw in het museum. Twee jaar geleden verraste zij Singer als gastconservator met een baanbrekende tentoonstelling over oerkunstenaar George Hendrik Breitner, schilder-fotograaf en befaamd Nederlands impressionist.’
Jan Toorop (geboren in Poerworedjo op Midden-Java in 1858 en overleden in Den Haag in december1928) wordt vaak in één adem genoemd met grote kunstenaars als Piet Mondriaan en Vincent van Gogh. Hij gold dan ook rond 1900 als de meest vooruitstrevende kunstenaar in ons land.
Iemand die zich in heel veel verschillende onderwerpen en stijlen uitte. Impressionisme, symbolisme, katholieke kunst en in het verlengde daarvan, somde de NRC in haar gisteren gepubliceerde bespreking op, had hij zelfs een korte fascinatie voor Mussolini. Toorop was moeilijk in een hokje te stoppen. ‘Technisch heel knap en heel interessant, maar zijn oeuvre heeft ook iets kameleontisch.
Als je ernaar kijkt, vertelde samenstelster/onderzoeker Suzanne Veldink, dan denk je ook, ‘Wil de echte Jan Toorop opstaan’?
Met deze tentoonstelling laat zij hem dan ook vanuit een nieuw perspectief zien door zijn werk in een hele brede internationale context te plaatsen.
Te midden van mensen/kunstenaars naar wie hij opkeek, maar ook door het werk te tonen van jongere kunstenaars die door hem werden beïnvloed.
En een belangrijke rode draad in de tentoonstelling, de allerbelangrijkste, is zijn worsteling in Nederlands-Indië en de levenslange band die hij voelde met zijn geboorteland.
Door deze manier van presenteren, vervolgde de conservator, komt Toorop echt naar boven als een grenzeloze wereldburger. Iemand met een continue vernieuwingsdrang die eigenlijk ook de Nederlandse kunstwereld, die toch traditioneel wat gesloten is, als een oester wist open te wrikken en daar vernieuwing in wist te brengen.
De schilder was weliswaar beroemd, maar werd hij ook echt begrepen? Nee, stelt Veldink en toont hem voor het eerst als kunstenaar van kleur.
In de loop van de tijd was Toorops afkomst naar de achtergrond verdwenen: hij werd herleid tot een ‘witte’ Nederlandse kunstenaar, terwijl juist zijn Javaanse en ook Chinese wortels (aan moederskant) sleutels vormen tot het begrijpen van zijn werk. Pas door zijn herkomst te kennen, kun je zijn werk echt goed begrijpen aldus de maakster van de tentoonstelling.
De werelden van Jan Toorop geeft dan ook Toorop zijn ware identiteit terug.
Bol an mensen, Wat een overzicht, wat een gelaagdheid, lees ook het boek dat erover is verschenen .En dan heb ik het nog niet eens gehad over ‘het toetje’; in de Van den Brink galerij: De veertien kruiswegstaties in bruikleen gegeven door de kerk van St. Bernulphus in Oosterbeek.
Toorop maakte deze krijttekeningen (op paneel) in de jaren 1916-1919, waarin zijn verfijnde detailbehandeling en expressieve lijnen duidelijk zichtbaar zijn. Ze vormen een hoogtepunt in zijn katholieke oeuvre.
Leo Janssen

