20 mrt.-Impressionisme, pointillisme, symbolisme, modernisme: Jan Toorop (1858–1928) was thuis in vrijwel alle stijlen die tijdens zijn leven opkwamen. Hij hield vast aan wat bij hem paste en gooide overboord wat hem niet meer paste. Rond 1890 ontwikkelde hij zijn herkenbare symbolistische stijl. Zijn werk in deze stijl, waarin lijn en kleur de middelen zijn om een bepaalde gevoelsstemming weer te geven, behoort tot zijn meest oorspronkelijke bijdragen aan de internationale kunstgeschiedenis.
In de tekening ‘O Grave, where is thy Victory?’ (1892) zien we een zwevende vrouwenfiguur, frontaal verbeeld met ontblote borsten en lange, hoekig gebogen armen die doen denken aan Javaanse wajangpoppen. De amandelvormige ogen, lange vingers en het langgerekte bovenlijf keren later terug in veel van Toorops vrouwenfiguren. Deze figuren kunnen worden herkend als serafijnen: het Hebreeuwse woord voor engelen van de hoogste rang. Positieve, goddelijke krachten die een dode bevrijden van de doornige takken waarmee hij is omstrengeld — een symbool voor het ‘mysterie-zijn’.
Bron: Singer Laren / Jan Toorop, O Grave, where is thy Victory?, 1892, potlood en krijt op papier, 60,4 × 75,3 cm, Bruikleen van het Rijksmuseum, Amsterdam
Nu te zien in de tentoonstelling ‘De werelden van Jan Toorop’. Reserveer een ticket met starttijd: singerlaren.nl/toorop

