6 febr.- De kosten voor het opladen van elektrische auto’s aan openbare laadpalen verschillen in Nederland sterk per gemeente, laten ANWB-cijfers uit 2025 zien. Van de BEL-gemeenten blijkt het in Laren het goedkoopst.
Op basis van zes miljoen laadsessies met de ANWB Laadpas in 2025 blijkt dat de regionale verschillen zo groot zijn, dat sommige huishoudens jaarlijks honderden euro’s meer betalen dan vergelijkbare rijders van elektrische voertuigen een paar dorpen verderop.
Gemeenten bepalen onder welke voorwaarden openbare laadpalen geplaatst mogen worden. De uitvoering daarvan besteden zij meestal uit aan commerciële exploitanten via een concessieovereenkomst, waarin soms een maximumtarief of prijsplafond is vastgelegd. ANWB constateert dat die uiteenlopende lokale keuzes leiden tot grote prijsverschillen tussen gemeenten.
Automobilisten betaalden in 2025 gemiddeld 48 cent per kilowattuur (kWh) bij openbare, langzame laadpalen. Achter dat gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil: in Nederweert bedroeg het tarief gemiddeld nog geen 33 cent per kWh, terwijl in Oegstgeest bijna 70 cent werd gerekend – meer dan het dubbele. Voor een automobilist die jaarlijks 15.000 kilometer rijdt, kan dat betekenen dat hij of zij in sommige gemeenten tot 900 euro per jaar extra kwijt is aan laadkosten, simpelweg afhankelijk van de gemeente waar hij of zij woont.
BEL
In de BEL-gemeenten zijn de prijzen vrij gemiddeld en de verschillen niet zo groot. Betalen elektrische rijders in Laren net geen 50 cent (0,4989) per kWh, in Blaricum wordt iets meer betaald: bijna 51 cent (0,5093). In Eemnes zijn ze van de drie gemeenten het duurst uit: 0,5363 euro, afgerond bijna 54 cent per kWh.
In Brabant, Limburg en Zuid-Holland, waar veel gemeenten samenwerken in concessiegebieden, liggen de gemiddelde laadtarieven relatief laag. In gemeenten binnen deze provincies die hieraan niet deelnemen, vallen de tarieven voor laden aan openbare palen daarentegen aanzienlijk hoger uit.
Rol gemeenten
Uit de analyse blijkt dat gemeenten een cruciale regierol hebben in het vormgeven van de lokale laadinfrastructuur. Via concessies en afspraken over laadtarieven bepalen zij in belangrijke mate wat elektrische rijders betalen aan de laadpaal. Door die rol actief op te pakken – bijvoorbeeld door regionale samenwerking en afstemming van beleid – kunnen gemeenten zorgen voor eerlijke, uniforme en transparante laadtarieven. Daarmee voorkomen zij dat inwoners in de ene gemeente fors meer betalen dan hun buren een paar kilometer verderop, en dragen zij mede bij aan een gelijke en toegankelijke transitie naar elektrisch vervoer.

