23 apr.- Maandag wordt Willem-Alexander 59 jaar, hét moment om op de laatste werkdag van de koning voorafgaand aan Koningsdag – dit jaar dus morgen, vrijdag 24 april- een kleine 4000 landgenoten ((3427 vorig jaar) onder te dompelen in een traditionele ‘lintjesregen’.
Eervolle onderscheidingen voor de die dag totaal overvallen dorpsbewoners, die een belangrijke rol hebben vervuld of nog vervullen in ons dorp.
Een lintje als Lid, Ridder en Officier in de Orde van Oranje-Nassau of als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Lintjes; als je er geen hebt, zul je het niet missen; heb je er een, dan wel. Vaak is het toekennen en opspelden van zo’n ereteken door de burgemeester een hoogtepunt in iemands leven; een uitreiking vol emotie, verrassing en waardering.
Weigeren komt nagenoeg niet voor. Verwaarloosbaar volgens de Kanselarij der Nederlandse Orden. Zij houden het niet eens bij! I
k ken wel het verhaal van een fanatieke republikein die weinig op had met het Huis van Oranje en een hoge onderscheiding kreeg toebedeeld. Tot ieders verbazing aanvaardde hij toch het versiersel en weigerde hij – zoals voor de hand zou liggen- het ereteken niet. De journalist die hem erover aansprak, kreeg als commentaar dat de gedecoreerde weliswaar niet geloofde in Sinterklaas, maar begin december toch de cadeaus van de goedheiligman uitpakte.
Hoe gaat zo’n toekenning? Komt mijn buurvrouw ook in aanmerking voor zo’n koninklijk lint met medaille? Zijn er criteria? Eigenlijk niet. Inzet voor de samenleving. Dat kan zeer verschillend en interpretabel zijn.
Allereerst wordt een kandidaat schriftelijk voorgedragen bij de burgemeester, meestal ondersteund door aanbevelingsbrieven. Daarna gaat de voordracht naar de Commissaris van de Koning, vervolgens voor advies naar het Kapittel voor de Civiele Orden, waarna verschillende ministers een Koninklijk Besluit opstellen dat door de Koning wordt getekend. De procedure is strikt vertrouwelijk. Een lange, best ingewikkelde weg.
Afgelopen dinsdag kreeg ik een mail – waarin een cc voor Bol-an- gericht aan de ingezonden brievenrubriek van de Gooi- en Eemlander.
De krantenlezer stelde: ‘Ongetwijfeld weer blijheid alom en niets afdoende aan zij die de onderscheiding ontvangen, maar toch mijn vraag: “Past dit nog wel in de huidige vorm van deze tijd?” Wie durft die vraag nog te stellen? Immers, er is sprake van willekeur, ongelijkheid en discriminatie.’
Een boude uitspraak. Het bewijs las ik niet, maar ik ken een geval dat de een voor dezelfde prestatie een lintje kreeg en de ander niet. Ook zou het beter zijn als dat hele decoratiestelsel eens gelijkwaardig wordt. Iedereen één soort ‘lintje’. Dus geen onderscheid in belangrijkheid.
Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer voelde het van nature aan. Hij kreeg de hoge culturele onderscheiding Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw evenals zijn vriend Jan des Bouvrie, die mij vertelde dat Cremer zijn onderscheiding alleen droeg op ….zijn zwembroek!
Bol an mensen.
Lintjes. Eenieder die er dit jaar een ontvangen heeft; van harte en een warm chapeau!
Ook diegenen die dit jaar geen podium hadden en over het hoofd zijn gezien merkte het Algemeen Dagblad deze week op. Zij die onzichtbaar in stilte werken en de sociale cohesi in ons dorp overeind houden.
Die spelen in de harmonie, helpen bij het ringsteken, het taalcafé, de dieren verzorgen, het parochieblad rondbrengen. Altijd op de achtergrond zonder lintje.
Leo Janssen

