5 sept.-
Vanochtend deed ik voor het eerst sinds maanden weer eens mee met ‘Nederland in Beweging”. En dat viel niet mee.’ Rust roest’ klopt. Een pittig kwartiertje. Morgen weer.
Beetje moe, koffie onder handbereik en in de verwachting, dat ik morgen spierpijn zal hebben, denk ik terug aan een paar weken geleden.
Zondagmiddag. Een optreden van Marco Bakker (88), samen met de sopraan Donij van Doorn. In de open lucht, vóór de basiliek in Laren.
Vroeger vond ik hem een mooie man en dat vind ik nog steeds. Hij is goed geconserveerd, met een stem die mooi wás en nog steeds is. Gelukkig hebben zijn stembanden de tand des tijds doorstaan, maar uiteraard niet helemaal zonder gevolgen. Ook stembanden zijn spieren, maar wat maakt het uit!
Hij zal ongetwijfeld dagelijks die stembanden-en-de-rest onderhouden, trainen, maar ouder worden gaat nou eenmaal hand in hand met slijtage: niet te stoppen, wel te vertragen.
Is een goeie zanger alleen iemand, die alle noten foutloos, glaszuiver, zingt, of is dat ook de emotie die iemand overbrengt?
Liesbeth List ‘zat er wel eens naast’, maar wist mij te raken, net als de warme stem van Willeke deed en nog altijd doet. En die van Rod Stewart.
Zo ook Marianne Faithfull. ‘As tears go by’. Zeker, een mooi lied, maar gezongen door de Rolling Stones doet het me weinig. Het is de sfeer die zij oproept, niet haar – toch enigszins beperkte – technische zangkwaliteiten. Roken, drank en drugs deden hun werk.
Terug naar Laren. Er staan 200 stoelen, maar ik schat, dat er uiteindelijk zo’n 500 mensen zijn. In allerijl worden extra stoelen en banken neergezet, de zon schijnt, ’t orkest heeft gestemd, het feest kan beginnen. Ik, die altijd doe of ik operettemuziek truttig vind, neurie vrijwel alles mee, heb ’t naar mijn zin. Ik schrik wel als ik om me heen kijk. Mijn vriendin, 56, haalt het gemiddelde van 70+ (oei, daar hoor ik bij) flink naar beneden.
De veel jongere sopraan met een prachtige, door ouder worden nog niet aangedane stem, probeert in de duetten Marco zoveel mogelijk te laten shinen. Dat doet ze zó attent, lief, zorgzaam en bescheiden. Zo respectvol.
De dirigent kondigt aan, dat ‘ze’ volgend jaar terugkomen. Marco meteen ‘als ik dat nog red hoor’. Luid applaus, een toegift, nóg een toegift. Even is Laren ‘gewoon’ Laren, zonder opsmuk. Het publiek houdt elkaars hand vast, deint mee, iets dat eigenlijk niet bij me past, maar ik ben geen spelbreker. En het voelt, voor nu, eventjes, goed.
Na nog één laatste applaus is het optreden voorbij en is het tijd voor, jawel, één Goois glaasje wit, waarna ik neuriënd in de auto stap.
“Lippen schweigen, flüstern Geigen, habe mich lieb”….
Hetty Eijbers, 23 augustus ’26

